|
C-P |
![]() |
|
|
Prognostische
waarde van
NT-ProBrainNatriureticPeptide bij Acuut coronair Syndroom Luud van der Sterren CCU Atrium MC locatie Heerlen CCU/IC verpleegkundige Circulation Practitioner Doel: Het doel van het onderzoek is om te bepalen of NT-proBNP een klinisch toegevoegde prognostische waarde heeft voor de diagnostiek op CCU-afdeling en als zodanig in het routine protocol voor ischaemie moet worden opgenomen. Achtergrond: De meeste patiënten die op de coronairy Care opgenomen worden zijn patiënten met de diagnose Acuut Coronair Syndroom. Dit kan zijn instabiele angina pectoris zonder biochemisch bewijs van myocard schade tot acuut myocard infarct met ST-elevatie. Standaard bepalingen van de cardiale biomarkers en het ECG worden gebruikt voor vaststellen van diagnose en eventueel risico stratificatie. Naar de neurohormonale activatie wordt in dit verband niet gekeken. Methode: Patiënten die opgenomen werden met een door de arts gediagnosticeerd acuut coronair syndroom en waarbij tijdens de opname periode verschijnselen optraden die in de klasse II van de killip score pasten werden geïncludeerd. Bloedmonster werd afgenomen voor baseline NT-ProBNP spiegel bepaling (dag 0) voordat gestart werd met de behandeling van deze symptomen. Vervolgens werd NT-ProBNP spiegel bepaald op dag 3 en op dag van ontslag (endpoint). Bepaling delta baseline-endpoint. Resultaten: Totaal geïncludeerde patiënten: 16. Groep 1 Baseline NT-ProBNP <10000 pg/ml: 9 Groep 2 Baseline NT-ProBNP >10000 pg/ml: 7 Mortaliteit tijdens opname groep 1: 0 Mortaliteit tijdens opname groep 2: 3 (43%) Conclusie: NT-ProBNP lijkt een toegevoegde waarde te hebben in het protocol ACS zeker wat betreft de korte termijn mortaliteit. Er heeft geen follow up plaatsgevonden wat betreft de patiënten die het ziekenhuis verlaten hebben waardoor geen conclusie gegeven kan worden over de langere termijn met dit onderzoek. Aanbeveling: Minimaal één NT-ProBNP bepaling gedurende de eerste 24 uur na het ontstaan van de klachten zou mogelijk die patiënt identificeren met een verhoogd risico op hartfalen en dood. Voordat de symptomen van crepetatie optreden zal het proces van uitrekking van de cardiale myocyt al ruimere tijd aanwezig zijn afhankelijk van de cardiale reserve. Zo zou de behandeling voor het optreden van de eerste verschijnselen gestart kunnen worden wat weer een gunstig effect op de zuurstofconsumptie/ischaemie van het myocard zou kunnen hebben. Mogelijk zou die patiënt geïdentificeerd worden die gebaat zou zijn bij een intensievere poliklinische controle bij cardioloog of hartfalen poli. Meer onderzoek is nodig om de klinische toepasbaarheid van NT-ProBNP bij ACS te kunnen bepalen Referenties: B-Type Natriuretic Peptide at Presentation and Prognosis in Patients With ST-Segment Elevation Myocardial Infarction An ENTIRE–TIMI-23 Sub study Jessica L. Mega, MD,* David A. Morrow, MD, MPH, FACC,*† James A. de Lemos, MD, FACC,‡ Marc S. Sabatine, MD, MPH,*† Sabina A. Murphy, MPH,* Nader Rifai, PHD,§ C. Michael Gibson, MD, FACC,* Elliott M. Antman, MD, FACC,*† Eugene Braunwald, MD, FACC*† Natriuretic Peptides for risk stratification of patients with acute coronary syndromes. (Marcello Galvani et al.) Brain Natriuretic Peptide Measurement in Acute Coronary Syndromes Ready for Clinical Application? James A. de Lemos, MD; David A. Morrow, MD, MPH Prognostic Value of N-terminal Pro-Atrial and Pro-Brain Natriuretic Peptide in Patients With Acute Coronary Syndromes. Torbjørn Omland, MD, PhD, MPH, James A. de Lemos, MD, David A. Morrow, MD, Elliot M. Antman, MD, Christopher P. Cannon, MD, Christian Hall, MD, PhD, and Eugene Braunwald, MD (The American Journal of Cardiology Vol. 89 February 15, 2002) |