Frank-Starling curve.

De relatie tussen preload en linker ventrikel (LV) functie wordt grafisch weergegeven door de Frank-Starling curve.

Effecten van de veranderingen van de afterload op Frank-Starling curven. Een verhoging van de afterload verplaatst het operationele punt van A naar B, terwijl en verlaging van de afterload het operationele punt van A naar C verschuift. Daardoor vermindert het slagvolume bij een stijging van de afterload en stijgt de einddiastolische druk (preload). Voor het omgekeerde geldt hetzelfde.
Deze curve zet de preload (einddiastolische volume) af tegen de een indicator van de systolische functie van de linkerkamer (cardiac output, slagvolume, stroke work) bij een gegeven contractiliteit (inotropie) en impedantie (iedere kracht die de linker ventrikel contractie kracht). De Frank-Starling curven bevordert het begrip hoe het hart reageert op acute beschadiging of chronische decompensatie en hoe verschillende ziektes acute decompensatie kunnen veroorzaken. De drie curven vertegenwoordigen drie klinische toestanden. Bij een systolische disfunctie of verhoging van de impedantie functioneert de linker ventrikel op een lagere curve. Er kan een cardiogene shock ontstaan als de cardiac index daalt tot onder de 2,2 L/min/m2. Pulmonaal oedeem treedt op bij een LVEDP die stijgt tot boven 25 mmHg. De linker ventrikel functioneert op de hogere curve als de contractilteit stijgt of de impedantie daalt. Diuretica zal de LVEDV en LV vullingsdruk doen dalen maar kunnen ook de systolische functie doen zakken zonder verschuiving van de curve. Vasodilatoren en inotropica verhogen het slagvolume bij een gegeven preload zodat de ventrikel functie verschuift naar een hogere curve.
Inotropica plus volume expansie verhogen preload en het slagvolume. Bij een ernstige linker ventrikel disfunctie kan vochttoediening de systolische functie verbeteren maar met een risico op longoedeem.