Het hart is een gespecialiseerd gespierd orgaan dat ritmisch contraheert en bloed pompt van de veneuze kant met lagere drukken naar de arteriële kant van de circulatie met hoge drukken.
De cardiale functie wordt gereguleerd door de integratie van vier belangrijke determinanten.
· Preload: een schatting van het ventriculaire einddiastolisch volume; zegt veel over de systolische functie.
· Afterload: de maat voor de ventriculaire wandspanning.
· Inotropie: de contractiliteit van de ventriculaire spier.
· Hartfrequentie.
De cardiale spier heeft de mogelijkheid om zich aan te passen aan de verschillende behoeften en omstandigheden. Deze aanpassing aan wijzingen en lengte van de myocard spiervezel in rust is bekend als het Frank-Starling mechanisme of de wet van Frank-Starling. De ventriculaire contractie wordt vergemakkelijkt door verlenging van de spiervezel tijdens de diastole, daarmee de ventrikel in staat stellend tot een bepaalde limiet de hoeveelheid bloed geëjecteerd door de ventrikel te vergroten met iedere hartslag (het slagvolume).
Echter bij overschrijding van de limiet van de optimale vezellengte wordt de contractie beperkt. De druk in de atria is direct gerelateerd aan de vulling van de ventrikel tijdens diastole. Als de atriale druk stijgt als gevolg van een stijging van de veneuze return stijgt bij een normaal hart de cardiac output. De cardiac output wordt berekend door vermenigvuldiging van het slagvolume met de hartfrequentie. De cardiac index is de cardiac output gedeeld door body surface area (BSA) en wordt uitgedrukt in vierkante meters (m2).
Indexering van de cardiac output stelt ons in staat de waarden te vergelijken tussen grote en kleine patiënten.