Renine-angiotensine-aldosteron-systeem RAAS

Het renine angiotensine aldosteron systeem speelt een belangrijke rol in de regulering van het circulerend bloedvolume, cardiale functies en arteriële bloeddruk. Sympathische stimulering van de nieren (via ß1 adrenoreceptoren) renale arteriële hypotensie, en verminderde zout toevoer naar de distale tubuli (wat gebeurt door verminderde glomerulus filtratie secundair aan een verminderde nierperfusie) stimuleert het vrijkomen van renine in de circulatie.

Bloeddruk regulering door het renine-angiotensine-aldosteron systeem. Renine zet het angiotensinogeen om tot angiotensine I; het angiotensine-converting enzyme in de long zet het angiotensine I om in angiotensine II; en angiotensine II geeft vasoconstrictie en verhoogt de water en zout retentie door de nieren en verhoogde aldosteron secretie  van de bijnier schors.

Renine en angiotensine I

Als het circulerend bloedvolume afneemt, de bloeddruk daalt of het natriumgehalte van het bloed afneemt, geven de nieren het hormoon renine af aan het bloed. Renine zorgt ervoor dat het in het bloed aanwezige angiotensinogeen wordt omgezet in angiotensine I. Vervolgens zet het in het bloed aanwezige enzyme ACE (angiotensine converting enzym) het gevormde angiotensine I om in angiotensine II.

Hier door stijgt de angiotensine II spiegel in het bloed.

 

 

Angiotensine II

Toename van de hoeveelheid angiotensine II in het bloed heeft de volgende effecten:

1.    vernauwing van de bloedvaten, daarmee de systeem vaatweerstand verhogend en de arteriële bloeddruk

2.    Toename van de productie van het bijnierschors hormoon, aldosteron, en het hypofyse hormoon, vasopressine (=ADH= anti diuretisch hormoon). Deze beide hormonen zorgen ervoor dat de nieren meer water vasthouden, waardoor het circulerend bloedvolume groter wordt.

3.    Toename van het dorstgevoel.

4.    Vrijwel overal in het lichaam worden vaatvernauwende (vasoconstrictieve) stoffen gevormd, zoals noradrenaline en endotholine. Hierdoor stijgt de bloeddruk.

5.    De groei van de spiercellen van de vaatwand en de wand van het hart wordt gestimuleerd, waardoor de vaatwand en de wand van het hart dikker wordt. Hierdoor worden  de vaten minder elastisch en de pompfunctie van het hart minder goed.

6.    Het bradykinine gehalte in het bloed afneemt, waardoor minder vaatverwijdende stoffen, zoals stikstof monoxide (NO) en prostaglandine, worden gevormd. Dit heeft een bloeddruk verhogend effect.

Angiotensine II wordt continu geproduceerd onder normale omstandigheden; de productie van angiotensine II kan veranderen bij veranderde fysiologische omstandigheden.

Bijv. Tijdens inspanning krijg je een verhoogde spiegel van angiotensine II, mogelijk ten gevolge van sympathische stimulatie van de nieren.

Dehydratie en bloedverlies stimuleert het vrijkomen van renine en de aanmaak van angiotensine II, als reactie op de renale hypotensie, verminderde glomerulus filtratie en sympathische activatie.

Bij hartfalen is de angiotensine II verhoogd ten gevolge van sympathische activatie en verminderde nierperfusie. Manipulatie van het renine-angiotensine-aldosteron-systeem is belangrijk geworden bij de behandeling van hypertensie en hartfalen. ACE remmers en AT1 receptor blockers verminderen de arteriële bloeddruk, ventriculaire afterload, circulerend bloedvolume en daarmee de ventriculaire preload, en zij voorkomen de cardiale en vasculaire remodelling, dat optreedt bij chronische hypertensie en hartfalen.

terug