Vasopressine (anti diuretisch hormoon)

Het (anti-diuretisch hormoon) spreekt een belangrijke rol bij de terugresorptie van water in de distale tubulus in de verzamelbuis in de nieren. Het ADH moet er voor zorgen dat niet teveel water in de urine terecht komt. De productie van het ADH wordt geregeld vanuit de osmosensoren die zich bevinden in de hypothalamus. Het wordt afgescheiden door de hypofyse. Bij gebrek aan het ADH treedt diabetes insipidus op, waarbij de patiënt water niet goed vasthoudt en ontzettend veel moet drinken (10-20 liter per dag) om niet uit te drogen.

 

Cardiovasculaire en renale effecten van arginine vasopressine (AVP). AVP komt vrij van de achterste hypofyse kwab onder invloed van het angiotensine II, hyperosmolariteit, hypovolemie, en simpathetische  prikkeling. Het AVP zet de nieren aan tot een verhoogde water reabsorptie (anti-diuretisch effect) wat het bloedvolume verhoogt en de arteriële druk. AVP geeft bij hoge concentratie vasoconstrictie.

 

terug